Cookies verzekeren het goed functionneren van onze website. Door gebruik te maken van deze site, gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Meer informatie OK

De Meyboom

Ommegangs reuzen en draken van België en Frankrijk

Meyboom maakt deel uit van een UNESCO-dossier dat in 2008 als immaterieel cultureel erfgoed herekend werd : "Processional giants and dragons in Belgium and France". (Enkel in het Engels, Frans en Spaans beschikbaar.)

De Meyboom wordt al sinds mensenheugenis beheerd door een broederschap, geleid door een grootmeester, waar alle traditionele partijen die betrokken zijn bij het Sint-Laurensfeest en het planten van de meiboom in ondergebracht zijn.
Hij houdt deze traditie voor haar patroonheilige in eer in het hart van Brussel, hoofdstad van Europa en van België, in een agglomeratie van meer dan een miljoen inwoners. Volgens de traditie verenigt de aan de heilige martelaar gewijde gilde de kruisboogschutters sinds de tweede helft van de dertiende eeuw. Na de Franse Revolutie werd ze heropgericht, en sindsdien houdt ze het op het eind van de dertiende eeuw verkregen privilege in stand om een meiboom (vreugdeboom) te planten voor de feestdag van haar beschermheilige. In 1839 ontving het gezelschap alle materiaal van de oude processie van Brussel (de zgn. Ommegang).
Op 9 augustus, de dag voor Sint-Laurens, komt ieder jaar een reuzenfamilie het feest van de boomplanting opvrolijken. Hun activiteiten zijn niet beperkt tot die ene officiële dag. In de week die eraan voorafgaat, verschijnen de zeven poppen tweemaal in de straten van Brussel: een eerste keer om naar de officiële zitting in het Stadhuis te gaan, een tweede keer om het feest aan te kondigen aan de pers.
Op 9 augustus begint alles om 13.30 uur. De stoet, geleid door de reuzen, bereikt de
Grote Markt om 15 uur. Rond 16.30 uur wordt de boom geplant op de hoek van de Broekstraat en de Zandstaat, midden in een oude Brusselse volkswijk (Basfonds), vandaag een kantoorwijk.
De boom moet voor 17 uur geplant zijn, anders gaat het voorrecht om de boom te planten naar Leuven.

De reuzen, die al sinds de zestiende eeuw deel uitmaken van de processie, vormen vandaag een familie van drie generaties: Bompa, Bomma (de grootouders), Mieke, Janneke en hun kinderen Jefke en Rooske. Sinds 1982 wordt de familie (al uitgebreid met de kleinkinderen rond 1950) vergezeld van een champetter: Pietje. Sinds 2001 brengt een klein personage, gedragen door de kinderen, hulde aan de fanfare. Deze poppen met een wilgentenen skelet en slingerende armen zijn heel licht (de zwaarste weegt 30 kilo). Ze dansen op de klanken van de erg levendige fanfare van de Meyboom, waarvan de muzikanten op negentiende-eeuwse wijze gekleed zijn. Ze zijn schalks en plagen het publiek. Het zijn volksfiguren die door de leden van de broederschap ineengeknutseld werden. De reuzen worden vergezeld door "paardmensen" en een rad van fortuin. Opmerkelijk is dat de traditie behouden is, ondanks het verdwijnen van de volkswijk Bas-Fonds, waarbij de voormalige bewoners sinds een veertigtal jaar "verdreven" zijn naar de Brusselse agglomeratie (Sint-Joost en Schaarbeek). De immateriële banden van de bevolking met haar wijk en haar tradities hebben de materiële transformatie van de locatie overleefd. De reuzen en hun gezellen zijn er essentiële rituele elementen van. De evolutie hiervan moet bewaard blijven.

Dossier ter kandidaatstelling raadplegen (in het Frans)